Sorry, schat.
Het is lang geleden. Ik was je, eerlijk gezegd, helemaal vergeten.
En vandaag was ik dan, zoals zo vaak, op die kale, gure plek waar ik meer dan eens gehoopt had je toevallig te treffen. Het regende en mijn voeten bewogen zich behoedzaam over de glimmende stoep, die de afgelopen dagen in een ijsbaan was veranderd.
Pas toen ik de weg over wilde steken keek ik om me heen. Ik herkende je in één oogopslag. Eigenlijk had ik nog niet eens echt naar je gekeken, toen ik al wist dat jij het was die daar, net zo eenzaam als ikzelf, door het donker liep. Ik reageerde onwaarschijnlijk rustig. Schonk er geen aandacht aan dat jij begon te rennen. Naar me toe, tegen de wind in, over het natte, spiegelende asfalt. Rakelings langs me heen. En weer van me weg, richting de bus die je dreigde te missen. Natuurlijk had ik er geen moment aan getwijfeld dat het niet om mij ging. En toch was je even zo vreselijk dichtbij.
Ik keek je nog na, onder de indruk van je verschijning in het witte licht van de straatlantaarns, vol ongeloof over wat zojuist gebeurd was. Ik grinnikte. Bewust was ik altijd uit je buurt gebleven. Ik had gewoon niet verwacht je toch ooit in de weg te zullen lopen.
Wat bijzonder! Ook de manier waarop jij het hebt beschreven.
Of nee: vooral de manier waarop jij het hebt beschreven.
:) dank je!
Mooi geschreven. :)
Is dit waargebeurd?
Ja!
okee :O
Denk dat hij/zij? vooral JOU in de wegloopt, maar duurt wel even voor je dat durft toegeven…
Nee, dan heb je zin twee toch echt niet goed gelezen.
Ik denk nu aan een bepaald persoon…